De Amerikaanse tussentijdse verkiezingen, ook wel midterms genoemd, hebben op 8 november plaatsgevonden. De Democraten hebben in beide kamers van het Congres — het Huis van Afgevaardigden en de Senaat — de meerderheid behaald. Dit betekent dat president Donald Trump, die tot nu toe alleen de Senaat controleerde, nu geen meerderheid meer heeft in het Congres. De Democraten zullen in de komende twee jaar deelname aan de wetgevingsprocedures bepalen, waardoor het beleid van de Republikeinen moeilijker kan worden doorgezet.

Volgens de resultaten van de verkiezingen hebben de Democraten in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat respectievelijk een meerderheid verkregen. Dit is een belangrijke verandering, omdat het Congres nu overwegend Democratisch is. De Republikeinen, die onder Trump zijn gesteund, hebben in beide kameren verloren. De Democraten hebben in de Senaat een meerderheid van 50 zetels, waardoor ze ook kunnen stemmen over de schuldlimiet en de begroting.

De verkiezingen zijn een afstraffing voor Trump, die in de afgelopen jaren steeds meer kritiek heeft gekregen van de Amerikaanse bevolking. De Democraten hebben in de midterms een sterke prestatie geleverd, waardoor ze nu de controle over het Congres hebben. Dit kan leiden tot een groter conflict tussen de twee partijen, vooral over economische en sociale kwesties. De Republikeinen zullen moeite hebben om hun beleid door te dringen, terwijl de Democraten de meerderheid hebben om wetten te goedkeuren.